Amin Maalouf - Oorsprong



Amin Maalouf's Origines (2004) is een boek over een andere wereld. Nee, dat is niet juist. Het is een boek over een wereld die velen bekend zal voorkomen, maar met een decor dat weinigen in deze contreien kennen. Het decor is Libanon, de resten van het Ottomaanse rijk, met een enkel uitstapje naar Cuba, in het heden en het verleden.

Origines, Oorsprong (2005) in het Nederlands, is een charmant boek over de naspeuringen van de auteur naar de familie van zijn vader. Wat is er waar van de vele verhalen die rondzingen door de restanten van de familie uit die tijd? Welke droefenis, boosheid en gebrouilleerdheden gaan schuil achter het nukkig zwijgen van de tachtigers die hem nog uit de eerste hand verhalen kunnen vertellen?
Maalouf reconstrueert een stuk van de familiegeschiedenis, en vooral over zijn onorthodoxe grootvader Boetroes en diens broer Gebrajel, een enkele keer aangevuld met priester-broer Theodoros en spoorloos verdwenen grootoom-broer Yamna. De reconstructie start in de vorm van een hutkoffer vol brieven en andere paperassen, en een paar foto's.

Het boek sprak me vooral aan omdat de auteur - in tegenstelling tot mezelf een gerespecteerd, gelouterd en gelauwerd en vooral getalenteerd schrijver - op zijn speurtocht een vergelijkbare weg aflegt die ik als amateurgenealoog ook heb bewandeld. Misschien kan ik het beter 'ontdekken' noemen dan bewandelen.

Bijna 23 jaar geleden overleed een van mijn tantes van vader's kant. Als mijn peettante had zij mij gevraagd op te treden als executeur-testamentair na haar dood. In haar nalatenschap zat naast geld ook iets veel belangrijkers: papieren die mij vertelde hoe het mijn groot- en overgrootouders in het leven vergaan was. Al die kennis was natuurlijk gegoten in de vorm van officiële paperassen, trouwboekjes en aktes, maar ook rouwkaarten, bidprentjes en geboortekaartjes. Een wonderlijke, onsamenhangende verzameling van personen en gebeurtenissen.
Het heeft geleid tot enkele bezoekjes aan gemeentelijke archieven, maar ook en vooral tot een onsamenhangend beeld van mijn eigen familie.

Toen in 2002 mijn peetoom overleed, de oudste broer van mijn moeder, leidde dat tot een versnelling van mijn zoektocht. Hij immers was een bron geweest van de mooiste en meest miraculeuze verhalen, vol humor, familiale goeiig- en gemeenheden. Waar zouden al die verhalen blijven na zijn dood? Ik besefte dat ik het op kon lossen door mijn familie te documenteren - het voorgeslacht vastgelegd door het nageslacht, net als Maalouf.

Bij mij begon het volgens vrij algemene patronen. Met de hulp van internet, gedigitaliseerde archieven en vooral talloze programma's voor amateurgenealogen besloot ik mijn familie vast te leggen. Zo wandelde ik van vader naar grootvader, tot oudvader en stammoeder en wel tot 25 generaties terug.
Toen ik ergens in 1200 was aangekomen besefte ik opeens iets. Ik was eigenlijk niet geïnteresseerd in Govert van Peijnenborch uit 1283. Zou ik doorzoeken, dan zou ik als West-Europeaan vanzelf wel ergens een link met Karel de Grote ontdekken. En dat zou me tegelijkertijd alles en niets vertellen. Alles over de gezamenlijke afkomst van ons allemaal, niets over de essentie van wie ik ben, niets over mijn familie.
Wel was ik geinteresseerd in het merkwaardige verhaal van tante Riet of oudtante Jeanne. En welke bronnen had ik nog? Slechts mijn moeder, de allerjongste in het gezin, was nog overgebleven: al haar broers, haar zus, haar schoonfamilie en alles aangetrouwd was inmiddels overleden.

En zo ging de navorsing zich steeds meer richten op de kleine geschiedenis en de (soms) chronique scandaleuse van de twee tot drie generaties voor mij. Wie waren ze? Hoe zagen ze eruit? Wat deden ze, wat dachten ze? Hoe stonden ze in het leven? Waar woonden ze, en hoe? Wat maakten ze mee?
Voor buitenstaanders oninteressant voor zover hun stambomen de mijne niet kruisen. Maar voor mij een openbaring.

Ook Amin Maalouf stelt deze vragen nadat hij naar Libanon gaat om zijn grootmoeder te vertellen dat zijn vader, haar zoon, is overleden, en de koffer in het oude huis vindt. Dan gaat de bal als vanzelf rollen.
Als je Amin Maalouf bent is het verhaal van je oorsprong een bijzondere exercitie voor de lezer. Het hoogtepunt wordt gevormd door zijn verslag in dagboekvorm van een bezoek aan Cuba.

Ik kan het in vorm Maalouf niet nadoen, maar ik kan me er wel volledig in herkennen. Een saga, die net als bij ieder van ons, vaak onontdekt, in het verleden ligt. Wacht er niet te lang mee om haar te ontdekken. Voor het te laat is.