Arturo Pérez-Reverte - The Club Dumas

Lucas Corso is a book detective, a mercenary hired to hunt down rare editions for wealthy and unscrupulous clients. When a well-known bibliophile is found hanged, leaving behind part of the original manuscript of Alexandre Dumas's The Three Musketeers, Corso is brought in to authenticate the fragment. He is soon drawn into a swirling plot involving devil worship, occult practices, and swashbuckling derring-do among a cast of characters bearing a suspicious resemblance to those of Dumas's masterpiece. Aided by a mysterious beauty named after a Conan Doyle heroine, Corso travels from Madrid to Toledo to Paris in pursuit of a sinister and seemingly omniscient killer.

The Club Dumas is ongetwijfeld uitgedacht als de ultieme natte droom van iedere bibliofiel. Lucas Corso als combinatie van een hoofdpersoon uit een Ludlum-blockbuster en een grijze speurmuis à lá George Smiley uit John Le Carré's boeken; maar ook een volleerd intellectueel die zijn Latijnse frasen uit Vergilius of uit de Heksenhamer moeiteloos uit het hoofd kan citeren en een wiegedruk al op een kilometer kan ruiken. Dat geldt overigens voor alle hoofdpersonen uit het boek. Het lijkt wel een familiefeestje van poseurs, zo veel literaire verwijzingen, citaten en toespelingen uit antieke boeken worden gemaakt in dit verhaal. Leren banden vol antiquiteiten, originele manuscripten en eindeloze beschrijvingen van eerste drukken en incunabelen.

Op het eerste gezicht lijkt het verhaal erg origineel. Maar naarmate deze lezer in het boek vorderde begon hij steeds meer te vrezen voor een minder dan verrassende afloop. Het eindoordeel is dan ook inderdaad minder dan verrassend: een vlot lopend en redelijk spannend boek dat niet helemaal levert wat het in de eerste hoofdstukken lijkt te beloven.

The Club Dumas (oorspr. El Club Dumas, 1993), in gewijzigde vorm verfilmd door Roman Polanski in The Ninth Gate, lijdt aan hetzelfde euvel als het hier eerder besproken De Historicus van Elisabeth Kostova. Het is een boek dat een bijzondere belofte lijkt te doen, maar achteraf gezien niet meer dan een bijzonder traditioneel verhaaltje oplepelt, in dit geval over satan en duivelsvereerders, en dan nog bijkans in een bijzin. The Club Dumas levert het aloude verhaal van "Het Plan", dat wijst naar hetgeen dat allesomvattend is maar verborgen voor de moderne mens. Het is het verhaal dat zo weergaloos werd geparodieerd in De Slinger van Foucault van Umberto Eco, die drie kwajongs een groots plan laat bedenken waarvan een stel narrenkappen - die hun eigen "allesomvattende plan" in al hun onnozelheid zijn vergeten - denkt daarmee de waarheid te hebben hervonden. Aardig is dat Pérez-Reverte met grote waarschijnlijkheid in een enkele zin refereert aan Eco, als de mysterieuze man van de Club Dumas - wie het is laat zich vanaf hoofdstuk één raden - de clubleden voorstelt, waaronder "een professor semiotiek uit Bologna".

Het is jammer dat het boek, dat zo duidelijk gericht is op de bibliofiel geïnteresseerde lezer, zo makkelijk verzandt in een halfhartig standaardplot. Ten einde raad en gekunsteld plakt Pérez-Reverte als een contradictio in terminis alle verhaallijnen aan elkaar door ze naast elkaar te laten liggen. Bovendien laat hij het jongetje ook nog eens een keer het meisje (en wat voor één) vinden. Laten we dat nou toch nooit gedacht hebben. Ook al vindt Corso met zijn "Irene Adler" niet zomaar het standaardliefje van de boekenweek, toch is het patroon weer herkenbaar. Single man met liefdesverdriet vindt single knap en kittig meisje dat heel wat in huis heeft - maar uiteindelijk gaan ze allemaal op dezelfde wijze van bil. Belangrijk is dat halverwege het boek de kaarten al geschud lijken. Achteraf blijkt dat inderdaad het geval te zijn. Dat heeft tot gevolg dat aan het eind van het boek de oeverloze verhalen van en over de "club Dumas" al snel vermoeiend en lichtelijk absurd worden, laat staan de déconfiture van de andere voorspelbare "mystery-man", aangezien er geen andere personen meer over zijn. Verrassend wil het niet echt meer worden, tenzij men de loskoppeling van de twee verhaallijnen als zodanig wil beschouwen. Maar logisch allerminst. Het is niet verwonderlijk dat Polanski bij zijn verfilming het Dumas-plot helemaal buiten beschouwing schijht te hebben gelaten. Waar dient het uiteindelijk voor? Verhaaltechnisch lijkt het op filler en voor de ontwikkeling van het plot lijkt het geen enkele betekenis te hebben. Corso had net zo goed achter willekeurig elk ander artefact aan kunnen lopen, het liefst iets dat wel samenhing met het obscurantistische deel van het verhaal. Waarom hebben we oeverloze verhandelingen gehoord over Dumas als die uiteindelijk toch tot niets leiden? Waarom wordt het werkelijke mysterie in een paar bladzijdes afgedaan, bijkans als een eindnoot van het verhaal? Bijna achteloos wordt het hoogtepunt afgedaan met een terloopse observatie van Corso dat het niet helemaal goed gaat als één van de ingrediënten niet vers is. Dan hup in het zonlicht, op naar zijn lief en weg ermee. Dat bevredigt niet.

En toch is het boek het lezen waard. De verhaallijn mag uiteindelijk vrij conventioneel naar het eind sukkelen, de opgevoerde cast mag hier en daar van ongeloofwaardig tot absurd zijn, en een enkele keer is het doorbijten geblazen bij de soms te uitvoerige citaatsessies tussen de spelers in de poppenkast, toch is het een boek met een goede spanningsboog. De opbouw is geleidelijk, de lezer wordt zo nu en dan eens op het verkeerde been gezet, het blijft redelijk lang spannend, maar uiteindelijk heeft de schrijver te veel moeite om de plot tot een goed en samenhangend eind brengen. En dat doet helaas sterk af aan de uiteindelijke beoordeling van het boek.

Voor zover ik weet - maar ik laat me hierin graag corrigeren - is The Club Dumas (ook wel The Dumas Club genoemd), die ik in de Engelse vertaling las, niet vertaald in het Nederlands. Wel vertaald is een eerdere boek van Pérez-Reverte, Het Paneel van Vlaanderen (1990), dat door uitgeverij De Prom (Baarn) is uitgegeven, en het latere Het Trommelvel en De Schilder van het Kwaad.