Asa Larsson - Het Zwarte Pad

Midden in de winter vindt een visser in het Noord-Zweedse Torneträsk het lijk van een vrouw in de hut van zijn buurman. De vrouw, Inna, heeft een steekwond in haar borst, maar haar kapotgebeten tong wijst erop dat ze voor haar dood in shock was. Juriste Rebecka Martinsson, die we al kennen uit de eerdere boeken van Larsson, verdiept zich met twee inspecteurs in de zaak.

Met Het zwarte pad heeft Åsa Larsson opnieuw een meedogenloos spannende thriller geschreven. Op geraffineerde wijze vermengt ze persoonlijke tragedies met een economisch complot. Ze schrijft met een uiterst vlotte pen en een scherp oog voor psychologie van haar personages, waarbij ze de wrede realiteit nooit schuwt. In haar eigen woorden: ”Het goede gaat de strijd aan met het kwade. Iemand moet worden gered. En iemand moet sterven."

Het is geen goed idee om een recensie van een boek te beginnen met een verzuurde opmerking over titulatuur. Wie voorgaande recensies hier doorleest, zal zich afvragen waarom ik überhaupt nog een boek ter hand neem dat de classificatie "literaire thriller" draagt. De oorzaak hiervan is een merkwaardig defect in mijn beoordelingsvermogen: de fascinatie voor de Scandinavische – en meer in het bijzonder de Zweedse – wereld van fictie. Zodra Zweedse misdaadromans passeren, ben ik al snel geneigd deze ter hand te nemen, ongeacht de achtergrond of reputatie van de schrijver of schrijfster.

Zo gebeurde het dat ik de boeken van Åsa Larsson aan mijn verzameling toevoegde. Het moet gezegd: reclame op een boek, zoals de aanduiding "literaire thriller" of "meedogenloos spannend", doet vaker kwaad dan goed. Zo ook bij Larsson's sextologie in aanbouw over Rebecka Martinsson en inspecteur Anna-Maria Mella. Hype en hijgerigheid schrikken eerder af dan dat ze een aanbeveling vormen.

Drie delen hebben tot nog toe het levenslicht aanschouwd: Zonnestorm, Midzomernacht en Het Zwarte Pad. Ook al zijn het delen uit een reeks, toch zijn ze zonder moeite separaat te lezen. Voorkennis maakt het herkennen van de hoofdpersonen eenvoudiger, maar is geen noodzaak. In Het Zwarte Pad vertelt Larsson een gitzwart verhaal vol verborgen symboliek. De vondst van het lijk van Inna Wattrang in een vissershut op het dikke Zweedse ijs zet een reeks gebeurtenissen in werking die zal culmineren in een uiterst gewelddadig slotakkoord. Inna en haar broer Diddi werken voor grootindustrieel Mauri Kallis, een man die getekend is door zijn jeugd en zijn minderwaardigheidscomplex ten opzichte van de maatschappelijke elite. In zijn ambitie om zich alsnog te bewijzen laat hij de grens tussen wet en wetteloosheid steeds verder achter zich. Het laat zich raden dat dit gedrag als een boemerang bij hem terug komt.

Het boek wordt verteld vanuit het veelvuldig wisselende perspectief van diverse personen in diverse tijden. Tegelijkertijd speelt de moordzaak zich af in slechts een week. Zoals bij de TV-serie 24 er continu een klok meeloopt om de voortgang van het verhaal in beeld te brengen, zo wordt Het Zwarte Pad in dagen opgedeeld. Dat is niet erg logisch, omdat de soms zeer uitvoerige flashbacks gebeurtenissen beschrijven die niet zelden jaren in beslag nemen en her en der door het boek zijn gestrooid om de achtergrond van de dramatis personae te doorgronden.
Waarom wordt een flashback naar de kindertijd van de ene persoon op dag x beschreven, en waarom een flashback naar de studietijd van een andere persoon op dag y? Vinden die flashbacks ook daadwerkelijk plaats bij de betrokkenen op deze dagen? Het blijft onduidelijk. Bovendien maakt de schrijfster hierdoor een ongewenste spagaat: enerzijds moeten de betrokkenen hun geheimen bewaren om de plot niet voortijdig te onthullen, anderzijds wordt door de veel te uitvoerige flashbacks vol duiding tot in detail gesuggereerd welke motieven ten grondslag liggen aan hun handelen.

Het is voor mij de belangrijkste zwakte van het boek. De thriller past op vijftig pagina's, het totale volume van de geschiedenissen van elk van de hoofdpersonen is eigenlijk te omvangrijk. Het haalt de vaart uit het verder onderhoudende verhaal.

Voor Åsa Larsson is de moordzaak niet het belangrijkste, maar wel het verbindende element. Het lijkt erop alsof de moordzaak dan wel louterend, dan wel confronterend moet zijn voor de psyche van de getroebleerde hoofdpersonen. Maar daar blijkt weinig van. Het schijnt me toe dat Åsa Larsson een studie in eenzaamheid wilde maken, maar ineens tot de conclusie kwam dat alle elementen uiteindelijk toch ergens aan elkaar geknoopt moesten worden. Dat is niet helemaal geslaagd.

In haar boeken spelen dieren vaak een opmerkelijke bijrol. Het is duidelijk dat de schrijfster hen gebruikt als metafoor voor het menselijk leven dat de hoofdpersonen leiden. De parallel is misschien iets te nadrukkelijk aanwezig, waardoor de parabels soms een wat belerend karakter krijgen.

De bijzondere sfeer van het Zweedse leven en landschap maakt echter veel goed. Daarnaast is het achterliggende complot, dat de lezer meevoert naar Afrika, zeer geloofwaardig en goed uitgedacht. Het is geen idioot standaardcomplot vol kernbommen, wereldvernietiging en ultrageheime bovenmenselijke commando's, maar een herkenbaar verhaal van een mislukte staat in Afrika en herkenbare gedragingen van Afrikaanse militairen en politici die zeker niet neerbuigend worden beschreven.

Åsa Larsson taalgebruik is fraai en verzorgd. Ook al ben ik niet in staat haar zinnen in hun oorspronkelijke taal te beoordelen, de vertaling geeft aan dat ze de beeldend kan schrijven zonder compromissen te sluiten met de voor een thriller noodzakelijke helderheid. De psychologie in haar verhalen zou echter wat redactie kunnen gebruiken en vooral duidelijker aan moet sluiten op de gebeurtenissen in het boek, anders wordt het al snel blabla.

Is het eigenlijk mogelijk een recensie te schrijven zonder uitvoerig in te gaan op de zwaktes van een werk en slechts rakelings de sterke punten te benoemen? Ik denk dat het niet zo eenvoudig ligt. In deze tijd van snelle visuele informatie en korte soundbites maakt het geschreven woord een opmerkelijke comeback. Er ontstaat een steeds grote behoefte aan reflectie en introspectie, aan duiding en verklaring. Geen wonder dat romans waarin de psyche van de hoofdpersonen in al hun menselijke beperkingen tegen het licht wordt gehouden zo populair zijn. Het is prettig te lezen over mensen die het ook allemaal niet zo goed aankunnen. Het verklaart de opkomst van het "genre" van de "literaire thriller", verhalen waarin hoofdpersonen naast held ook slachtoffer zijn.

Op zich is daar niets mis mee. Probleem is wel dat dit soort verhalen meer dan een spannende verhaallijn en enige amateurkennis van de psychologie vereist. De motieven van mensen hoeven niet zo diep te liggen dat een psychoanalyse van hun jeugd noodzakelijk is om hun handelen te begrijpen. De grootste meesterwerken uit de literatuur baseren zich op heel wat wereldser motieven: sex, hebberigheid, jaloezie. Sommige boeken hebben geen psychologisch diepgravende verklaringen nodig om desalniettemin een haarscherp oordeel te vellen over mens en maatschappij. Lees daartoe maar eens Jack Kerouac's On The Road.

Ook al hebben de verhalen van Åsa Larsson hun beperkingen, het blijven echter wel verhalen die meestentijds boeien. Het is daarom te voorzien dat ook de volgende delen van deze sextologie gewoon weer in mijn boekenkast terecht gaan komen. En dat is eigenlijk een kijkje in mijn psyche.