In de bus

De jongeman zat in de bus. Tenminste -dat zei hij in zijn mobieltje. Na een onherkenbare ringtone keek hij vluchtig op het display en drukte een toets in. Dit bracht verbinding tot stand. "Hallo .... ik zit in de bus... nee, in de bus. Ja, in de bus. In de bus, ja."

Daarmee was de toon voor het gesprek gezet. Het was geen plezierig gesprek. Zonder de tegenpartij te kunnen horen vermoedde de man achter hem wederzijdse irritatie.

De irritatie nam toe. "Nee, in de bus. Bij het station. Ja, in de bus. Dan had je maar moeten komen. Nu zit ik in de bus. Ja. In de bus. Nee, in de bus, bij het Centraal Station."

Omdat de hersenen van de man achter hem niet reageerden op de opdracht om zijn oren uit te schakelen, vernam deze nog vele malen waar hij zich bevond.

Net als hij.

In de bus.

Ja - in de bus.