Donald Nolet - Handschrift van de duivel



Donald Nolet (1975) behaalde met zijn eerste thriller "Versleuteld" (2014) zowel de Gouden Strop als de Schaduwprijs. "Niet slecht", zou de toenmalige pizzabakker van Iglo tegen zijn knecht Mario zeggen die bij "die bodem" moest beginnen. Gewoon goed, dus.

Zijn daarop volgende boek werd "Handschrift van de Duivel" (2016), dat als hoofdpersoon de Voynich heeft. Dit is een enigmatisch middeleeuws handschrift dat al 600 jaar ontcijfering weerstaat. "Handschrift van de duivel" werd zeer goed ontvangen door de pers en diverse recensiewebsites.
Helaas ben ik het met die kwalificatie niet eens. Om samen te vatten wat ik van het boek denk hoef ik slechts een naam te noemen om duidelijk te maken wat er 'mis' is: Dan Brown. De auteur van de "Da Vinci Code", die zo grossiert in nietszeggende formuleboeken. Brown claimde keer op keer gebruik te maken van diepgaande research. Nolet zegt dit ook te hebben gedaan, zij het dat hij dit in zijn verantwoording veel minder opgeblazen formuleert. Dan Brown werd genadeloos aangepakt toen bleek dat zijn "op zorgvuldige research gebaseerde" boeken vol beginnersfouten zaten.

Nolet heeft ongetwijfeld gedegen gezocht naar wat de Voynich behelsde. Maar wie zegt zijn research op orde te hebben, suggereert dat wat je beschrijft ook mogelijk zou kunnen zijn. En dan moet je consequent zijn. Uit onderzoek is gebleken dat de Voynich is geschreven in een doorlopend, niet-haperend schrift (hetgeen steganografie erg onwaarschijnlijk maakt) en zowel de inkt van het schrift als de kleur van de tekeningen stammen uit de periode 1405-1435. Inkt in de koelkast gezet? Nolet verklaart niets over zijn oplossing, en komt ook nog met een verhaal over ongebruikt vellum. Vellum bleef nooit ongebruikt: daar was het te moeilijk voor te maken en veel te duur voor. Fijn perkament uit de 15e eeuw is geen riem papier van de copyshop. Te snel door de bocht, jammer.

Ik heb geen probleem met speculatieve beschrijvingen en romantisering. Maar presenteer het nooit als "gebaseerd op (al dan niet) zorgvuldige research". Zoals ik wel eens eerder heb gesteld: doktersromannetjes zijn prima en beweren toch ook niet een accurate beschrijving te geven van de intramurale gezondheidszorg? Houd het simpel: 'dit is een boek met de Voynich in de hoofdrol. De Voynich bestaat echt, maar de rest is verzinsel en verdichtsel gebaseerd op bestaande feiten die mij uitkwamen bij het schrijven van het verhaal. Andere feiten kwamen me niet uit, en heb ik gewoon weggelaten of veranderd.' Dat moet volstaan. Of gebruik gewoon een fictief handschrift. Dan ben je van alle gezeur af.

In "Handschrift van de duivel" blijven alle personages eendimensionaal. De hoofdrol wordt uiteraard gespeeld door het Voynich-manuscript. Omdat de gemiddelde lezer waarschijnlijk een flinke kennisachterstand heeft moeten de menselijke personages elkaar doorlopend op de hoogte brengen van elementaire kennis over "de Voynich" en waarom elke vondst van de dag zo van belang is. Net zoiets als een spannend boek over elementaire deeltjes waarin de ene medewerker van CERN de andere moet uitleggen wat er toch zo merkwaardig is aan het Higgs-boson. Ik snap dat uitleg soms noodzakelijk is, maar dit is niet de goede oplossing.
Bijna iedereen in het boek heeft een doorzichtige dubbele agenda, een raar verleden of het anderszins achter de ellebogen. De menselijke hoofdpersoon, Zina Welter, is een wel erg kinderlijke ex-quant van Wall Street, maar voor de rest uiteraard briljant - zo briljant dat ze in no time zelfs gespecialiseerde hoogleraren achter zich laat. Ergens in het boek valt een relatie met een van haar reisgenoten uit de lucht en verdwijnt weer net zo snel en zonder gevolgen.
De actie is niet snel maar gehaast. Het eind is een in elkaar geflanst holderdebolder van een paar losse eindjes en een afgeraffelde tour door het "geheim" dat de Voynich heeft prijs gegeven.
Terwijl het boek begint met het totale gebrek aan vorderingen op het gebied van het ontcijferen worden na de eerste cruciale stappen de vorderingen uit de losse mouw geschud. In het slothoofdstuk in Praag vraagt de anekdotische oplossing in een donker park gewoon teveel van de lezer.

Maar het allerbelangrijkste is dat geen van de personen of geen van de gebeurtenissen echt impact hebben op de lezer. Het merendeel van de problemen verdwijnt vaak onverwacht of razendsnel of consequentieloos achter de horizon. Geen van de personen heeft enige menselijke diepte; straatrovers en pistolen-paultjes lopen erbij als decorstukken. Zina Welter en haar reisgenoten zijn cliche's, van wiskundig genie en spirituele troela tot boekenwurm en 'professor'. Dit alles in een format dat zo langzamerhand ook al een cliche is geworden: de afwisseling van tegenwoordige tijd en (ver) verleden tijd van hoofdstuk tot hoofdstuk.

In een van de recensies in een landelijk dagblad las ik dat het verbazingwekkend was dat niemand eerder op het idee was gekomen om het beroemde Voynich-manuscript als hoofdrolspeler te gebruiken. Bij mij kwam het idee op waarom de recensent niet eerder op het idee was gekomen om Google te gebruiken.

"Handschrift van de duivel" is een leuk niemendalletje dat weinig investering van de lezer vraagt. Een formuleboek zoals een schrijver als Dan Brown ze aan de lopende band heeft gepresenteerd. Gebaseerd op - om in boekentermen te blijven - cliches.
Als het boek dan door recensies opgeblazen wordt tot "ingenieuze thriller" of "bloedstollend mysterie" ligt de teleurstelling al gauw op de loer. Lees het gewoon als een vrolijk tussendoortje.
Voor mij blijft het al met al bij een matige uitwerking van een leuk idee. Twee sterren, in recensiejargon.