Gaan we stemmen of kiezen?

Het duurt niet zo lang meer en dan is het weer zover: in maart volgend jaar Gemeenteraadsverkiezingen, in mei van 2011 Tweede Kamerverkiezingen. Met het huidige gepolariseerde debat is het geen pretje om je keuze te moeten maken. 25 jaar lang lid geweest van een partij, die vervolgens in de steek gelaten uit teleurstelling over hun gebrek aan ruggengraat, ben ik misschien wel ongemerkt een "zwevende kiezer" geworden. En wat heb je dan nog voor opties in het politieke krachtenveld? Iedereen heeft zich in de loopgraaf verschanst en schiet op elkaar met vuile munitie. Matiging of het gebruik van het verstand heeft afgedaan.

Toch maak ik me grote zorgen over een aantal ontwikkelingen. De slinger die zwaait tussen open en gesloten, soepel en streng, is al een tijdje naar de kant van gesloten, streng en repressief gezwaaid. De positie van godsdiensten daarin is helaas zoals gebruikelijk weer een negatieve. Zoals ik al eerder constateerde heeft de orthodoxie in Nederland onderling een monsterverbond gesloten. Op dit moment is het de Islam die zich heeft opgeworpen als de frontsoldaat in die strijd.

Een strijd die zichtbaar negatieve gevolgen heeft. Nederland is een gebied geworden waarin een groep op uiterst agressieve wijze een einde probeert te maken aan een flink aantal beginselen van de democratische rechtstaat, zoals de gelijkheid voor de wet van man en vrouw, hun gelijkwaardigheid in het openbare leven, het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid, de vrijheid om een mening te ventileren, hoe ongewenst voor een andere partij dan ook. Degene die daar iets tegen in probeert te brengen of daar stelling tegen neemt, hoe lomp en onhandig dat ook soms kan gebeuren - moet op zijn tellen passen en uitkijken niet zelf het slachtoffer te worden van vervolging.

Vervolging door een staat die zich heeft opgeworpen als de verdediger van de beknotters van het democratische erfgoed, als politiemacht tegenover hen die de rechtstaat daartegen in bescherming willen nemen. Het is de omgekeerde wereld. In plaats dat we ons beschermd weten tegen ondemocratische dwingelandij werpt de overheid zelfs geen kritische blik op de dwingeland: die kritische blik is exclusief gereserveerd voor de andere partij.

Merkwaardig genoeg betekent dit dat er ook veel kansen voor individuele burgers liggen. Allen die de democratie en de rechtstaat met haar beginselen na aan het hart ligt – en dat zijn er een hoop in Nederland – kunnen hun eigen verantwoordelijkheid een woordje mee laten spreken. Dat lijkt me ook om andere redenen hoognodig.

Een voorbeeld is de arrestatie van de cartoonist Gregorius Nekschot. De man werd door een arrestatieteam van zijn bed gelicht om dat hij een duidelijke mening had. Een simplistische, ietwat ruwe en smakeloze mening – maar het was een mening. Ook hij kon niet rekenen op de bescherming van de democratische rechtstaat. Hier ligt niet alleen werk voor de kiezer om dergelijke beleidsmakers en –uitvoerders naar huis te sturen, maar ook voor de professionals. In dit geval bijvoorbeeld de individuele medewerkers van het OM en van de politie. Ook zij zullen gezien de houding van hun politieke bazen zich moeten afvragen of dit nu wel de reden is waarom zij hun werk uitvoeren. Iets minder lichtvaardig omgaan met de eisen van mensen die de democratie wat minder waarderen dan hun functie zou doen vermoeden zou al een enorme winst zijn. Ook de individuele politieman in het AT zou zich eens mogen afvragen of zijn werk bestaat uit het van het bed lichten van politieke tegenstanders van de heersende Haagse moraal.

De Nederlanders hebben zichzelf vaak verweten niet genoeg gereflecteerd te hebben op het eigen gedrag in de periode die een benchmark is geworden voor moreel handelen: de Tweede Wereldoorlog. Het blijkt dat ook in volstrekt andere omstandigheden zulk een reflectie geen overbodig instrument is. Nu als instrument in het – dit keer – niet meewerken aan de agenda van degene met het grootste wapen – waaruit dat wapen dan ook precies bestaat.

Als het om de democratie gaat moeten we misschien wat minder voor onze schreeuwende of dubbelhartig pratende bestuurders en hun gelegenheidsclientèle kiezen en wat meer voor onszelf.