Gevangenen van het banksysteem




Frank Kalshoven, columnist in de Volkskrant en directeur van iets dat de " Argumentenfabriek" heet, trekt stevig van leer tegen de "onzinnige" ideeën van GroenLinks-voorman Jesse Klaver over het "economisme". Dat is niet verwonderlijk, want Kalshoven is van de Vrije Markt Halleluja-kerk. Economisch probleem? Vrije markt. Halleluja. Werkloosheid? Vrije markt. Halleluja. Verstopping in het maag-darmkanaal? Vrije markt. Halleluja.

Veel geblaat en weinig wol, zo riposteert Kalshoven. Nu staat er nergens dat een directeur van de Argumentenfabriek deugdelijke argumenten dient aan te dragen. Hij is er voor de directie, niet voor de argumenten. Maar ik dwaal af.

Bart Nooteboom, emeritus hoogleraar economie en bedrijfskunde uit Tilburg, geeft echter tegengas in de Volkskrant van 15 september. Ieder kan zelf notie nemen van de argumenten die hij aandraagt, maar één argument springt eruit. Nooteboom maakt hier even een wat warrige sprong, als hij begint over Luyendijk en de individuele bankier. Uit de context blijkt dat dit gaat over de discussie aangaande kwantiteit en instituties (die nu de leidraad in onze samenleving zijn) tegenover kwaliteit en mens (die Klaver als leidraad zou willen). Systemen, aldus Klaver, kunnen mensen vermorzelen.

Kalshoven beweert dat we in praktijk niet zonder instituties en systemen kunnen. Nooteboom brengt daarom de bankierswereld naar voren. Dit is volgens hem een voorbeeld van een systeem waar we zonder kunnen. Ook Joris Luyendijk (van "Dit kan niet waar zijn", het succesvolle boek over het post-crisis bankwezen) zou vooral de mentaliteit van de individuele bankiers ter discussie stellen. Maar in praktijk, aldus Nooteboom, blijken deze bankiers echter gevangen in het systeem, vastgezet in een "prisoner's dilemma". Daarover meer, want allereerst iets over Luyendijk.

Want Luyendijk stelt dit helemaal niet zo zwart-wit. Ook hij beschrijft uitgebreid de cultuur en de perverse structuren waarin de bankiers van elk niveau gevangen zitten. Ze moeten wel - in hun eigen belang - mee blijven doen (het 'prisoner's dilemma' van Nooteboom). Kortom, Luyendijk onderschat het probleem dus helemaal niet, zoals Nooteboom beweert. Meer precies gesteld ondersteunt Luyendijk de opvatting van Nooteboom (en mutatis mutandis die van Klaver) over de perverse werking van bepaalde structuren.

Ook Kalshoven wordt tekort gedaan door Nooteboom. Als Jesse Klaver beweert dat iedereen vertrouwen moet krijgen, met als voorbeeld de uitkeringsgerechtigde die met groot institutioneel wantrouwen te maken krijgt, vindt Kalshoven dat Klaver zich selectief verontwaardigd opstelt. Immers, de directeur-grootaandeelhouder wordt ineens weer wel door Klaver gewantrouwd als het over belastingafdrachten gaat. Kalshoven is echter wel zo eerlijk om te bekennen dat hij het verschil in vertrouwen tussen de bijstandsgerechtigde en de dga (gezien de recente historie) wel degelijk begrijpt. Kortom, Kalshoven stelt hier uitsluitend vast dat Klaver inconsistent is, niet dat hij niet gelijk zou hebben.

Maar goed, dan dat argument over het 'prisoner's dilemma' dat Nooteboom beschrijft. Zowel het systeem (de banken) als de mensen (de bankiers) zitten vast in het systeem. Wie niet meedoet aan het risicoloos bankieren (dat is: alle risico's op de samenleving afwentelen) ziet zich eindigen als werkloze, aan de kant gezet door de aandeelhouders, of als prooi, overgenomen door de rücksichtloze buitenlandse investeerder.
Maar het mooiste argument komt nog. Nooteboom beweert dat ook de overheid in hetzelfde 'prisoner's dilemma' vastzit. Immers, als Nederland de banken aanpakt, aldus Nooteboom, ziet zij alle bankiers naar Londen verhuizen.

Hier staat het verstand even stil. Allereerst zou je je kunnen afvragen waarom de wetgever in Nederland wel genadeloos kan ingrijpen in de zorg, de sociale zekerheid, het onderwijs, defensie-uitgaven, noem maar op, maar niet in de bankwereld. Sterker nog, de meest belangrijke eis van de Nederlandse bevolking is nog steeds dat de macht van de banken bij het ongebreideld geld creëren (voor eigen gewin) aan banden moet worden gelegd. Commerciële activiteiten moeten afgesplitst worden van particuliere bancaire zaken. Als zo'n commerciële bank failliet gaat, mag dat op eigen kosten, niet op die van de belastingbetaler. Tot nog toe heeft de overheid deze vraag -in een kongsi met de top van het bancaire systeem- luidruchtig ontkend en opzichtig genegeerd.
Je vraagt je af waarom je de politiek in gaat als je dit soort dingen denkt niet aan te kunnen pakken. "Sorry, als wetgever kunnen we nu eenmaal niet de wet veranderen", aldus de bizarre boodschap.
Om nog maar te zwijgen over de gevolgen die Nooteboom klaarblijkelijk vreest: dat bankiers naar Londen verhuizen.

Precies, die bankiers. Niet de bankiers die miljarden verdienen voor onze samenleving, maar de bankiers die onze samenleving tientallen miljarden kostten. Het is alsof Nooteboom pleit tegen verdere aanscherping van het strafrecht om te voorkomen dat topcriminelen ons land en masse links laten liggen en naar het buitenland verdwijnen.
Bizar genoeg blijkt er in de top van de onderwereld soms nog meer ethiek te schuilen dan in de top van het bankwezen. En het vertrek van deze mensen zou een verlies zijn?

Goed dat Nooteboom opkomt voor Klaver's ideeën, die een breed draagvlak hebben in de samenleving, echter hun draagvlak totaal ontberen bij de boven ons gestelden die het land zeggen te besturen. Maar verdedig dan ook de ideeën die ons afhelpen van schaamteloos plunderende bankiers, in plaats van hen te zien als slachtoffers en onmisbare schakels.

Argumenten genoeg om die schakels het land uit te kijken. Misschien kan zelfs Kalshoven zich in dat soort argumenten vinden. Je weet maar nooit.