(Goed)praten, (goed)praten, (goed)praten

Twaalf mensen doodgeschoten door Allah aanroepend volk met machinegeweren. Vier mensen doodgeschoten in een supermarkt door een moslimvriend in een "gecoördineerde actie". Massa's mensen die de straat op gaan om daar tegen te protesteren. Als pers vooral benadrukken hoe hypocriet die massa's zijn omdat ze zogenaamd "eerder nooit hun mond open deden". Niet moeilijk te constateren als je jezelf Oost-Indisch doof houdt. Zelf burgemeester en held Ahmed Aboutaleb's terechte woede en afschuw kregen kritiek te verduren. Je moet het maar durven.

Aan de andere kant is het ook begrijpelijk. Politiek, bestuurlijk Nederland en de vrijwel gezamenlijke pers hebben nooit geheimzinnig gedaan over hun sympathieën en antipathieën.

Een generalisatie - ik weet het. Maar toch.

De sympathie ligt vooral bij de salafistische islam en haar volgelingen, onder het motto: "culturele diversiteit" is belangrijker dan (gender)gelijkheid en vrijheid voor ieder individu. De antipathie gaat uit naar de burger die de straat opgaat om daar tegen te protesteren, of op een rare partij stemt die dit soort sentimenten uitbuit.

Met de aanslagen in Parijs kon die verzamelde pers echter even ineens geen kant meer op. Wat bleef was het belachelijk maken van de ontsteltenis van de burgers door het als modieus en hypocriet weg te zetten. Het leerproces gaat niet langzaam, het is afwezig.
Terwijl moslims in Parijs als beulen om zich heen schoten, schoot onze bestuurlijke bovenlaag onmiddellijk de meest voor de hand liggende groep te hulp. Niet de cartoonisten die ze in de steek hadden gelaten, maar de moskeeën die ineens bedreigd zouden worden. Niet de synagogen, wiens Joodse slachtoffers door doelbewuste antisemieten in een supermarkt waren vermoord, maar "de moslims" die weer "gestigmatiseerd" zouden worden door het blanke volk dat de laarzen nog in de kast had staan.

Die laarzen werden overigens zonder verdere overpeinzingen uit de kast gehaald door de Hirsch Ballins en de Paul Vellemansen van onze rechtstaat als er een cartoonist door een arrestatieteam van zijn bed moest worden gelicht. Daar meneer Gregorius Nekschot met zijn - onappetijtelijke - cartoons de profeet had beledigd. Zelfs het gros van de media en de volksvertegenwoordiging ging dit te ver.
Velleman zit overigens nog gewoon op zijn plek. Het zelfreinigend vermogen van de rechtstaat is helaas ondermaats.
Nog sterker: het Nederlandse OM blijft druk met het vervolgen van Geert Wilders omdat hij zijn proleterige kreet "minder Marokkanen" niet kon laten zitten waar deze thuishoorde: ergens in de buurt van zijn endeldarm. Maar als vanuit Saoedi-Arabië geïmporteerde salafistische haatimams homo's van torens willen laten gooien zijn Velleman en zijn abjecte vrindjes nergens te bekennen. Centrum De Balie in Amsterdam zet zelfs zijn deuren wijd open voor dergelijk agressief volk. Praten, praten, praten, tenzij het over hen gaat die kritiek hebben op het apaiseren.

Toen de redacteuren van Charlie Hebdo en de klanten van de Joodse supermarkt werden afgeslacht stroomden de pleinen vol. De aanbidders van Allah, inclusief de heren met de djellaba's en de dames met de vrijekeuze-hijabs waren echter vrijwel nergens te bekennen. Het woord werd gevoerd door politici die elkaar in krokodillentranen en modieus taalgebruik trachtten te overstemmen. "Dit is de ware islam niet", pruttelt men ons weer voor.
Als de ware islam echter wordt gevraagd naar de mening blijkt de grote meerderheid er altijd toch anders over te denken. Nou ja, niet echt, volgens onze politici, bestuurders en media. Want als uit een onderzoek zou blijken dat een paar procent van de autochtone bevolking er extreem-rechtse meningen op na zegt te houden is deze absolute waarheid voldoende voor groot alarm. Zodra 83% van de Nederlandse moslims IS-strijders als helden beschouwt is het onderzoek uiteraard tendentieus en ondeugdelijk.

De wens in het naoorlogs verzet te zitten is onuitroeibaar. De GeenStijl-adepten geven er routineus de term "Gutmensch" aan - een denigrerende term die het onverholen racisme van de eeuwige goedpraters van de orthodoxe islam met gemak evenaart.
Onderbuikgevoelens van een overspannen Internet - jazeker. Desondanks blijft onze bestuurlijke elite druk bezig met het goedpraten van religieus geweld en geïnstitutionaliseerde aberraties van het geloof. Gesteund door een breed contingent vanuit de media hebben ze daarbij de vrije, democratische samenleving al lang in de steek gelaten.
Niet een samenleving die vindt dat het verplicht is om mensen te bespotten en te vernederen. Wel de samenleving die afzien van geweld om je zin te krijgen, gelijkheid voor de wet en vrijheid van meningsuiting tot het hoogste goed heeft verheven. Die daarom geen moeite heeft met het bekritiseren van iedereen die daar zonder aarzelen wel met geweld een einde aan wenst te maken. En als het even uitkomt dat ook daadwerkelijk doet.

Geen mens mag veroordeeld worden op basis van het gedrag van zijn etnische of religieuze groep - of het gedrag van zijn beroepsgroep. Ieder mens mag wel degelijk stevig onderhouden worden over zijn individuele keuzes als die niet deugen. Toen Ayaan Hirsi Ali - in de steek gelaten door politiek Nederland - op de vlucht moest slaan, nadat Theo van Gogh in koelen bloede door een orthodoxe moslim was vermoord - was daar geen twijfel meer over mogelijk voor weldenkend Nederland. Wel voor hen die we aangesteld hadden om de noodzakelijke daadkracht te laten zien.
Alles wat we echter van hen kregen waren fluimen op onze vrijheidsidealen of inhoudsloze schofferingen van de democratische beschaving.

Tot op de dag van vandaag.