Hoe sturen we onze pubers veilig door het verkeer?

Een wijkbijeenkomst leerde mij onlangs een bijzondere les. De aanwezige volwassenen waren zeer stellig. Onschuldige kinderen van de basisschool worden in het verkeer door gewetenloze automobilisten bedreigd waar het maar kan; brutale pubers van de middelbare school zijn vlegels die geen enkel respect hebben voor gewetensvolle en angstige automobilisten. Eigenlijk een bijzondere houding: de veiligheid van basisschoolkinderen wordt als gemeenschapstaak weggezet, maar zodra de kids een jaar verder zijn en op het voortgezet onderwijs zitten dan is hun positie in het verkeer ineens hun eigen verantwoordelijkheid - inclusief de verantwoordelijkheid voor het welbevinden van de automobilisten om hen heen.

Eerlijk is eerlijk: de veranderingen in het puberbrein gaan razendsnel, dus kinderen kunnen ook echt in een jaar veranderen van angstige kleintjes tot brutaal fietsvolk.

Het is volkomen begrijpelijk. De klachten komen over het algemeen op hetzelfde neer: pubers fietsen met zijn vieren naast elkaar en hebben lak aan het verkeer om zich heen. Automobilisten moeten er gedwongen stapsvoets achteraan rijden. En vreemd genoeg is dat helemaal geen slechte oplossing.

Laat er geen misverstand over bestaan: kinderen dienen - ook in het verkeer - permanent opgevoed te worden. Net als automobilisten die op inspraakbijeenkomsten klagen over de middelbare-schooljeugd.

Ik heb er vaak over zitten piekeren. Hoe stuur je pubers de goede kant op? Lange tijd zag ik veel in het principe van peer pressure, waarbij de groep zichzelf stuurt. Wie het voor elkaar krijgt gevaarlijk gedrag "niet cool" te maken bij de leiders in een groep heeft de overwinning op zak, zo dacht ik. Het shotgun-principe van autorijdende jongens en meisjes als passagier is er een goed voorbeeld van. Die meiden temmen de jongens in hun rijgedrag. Er zit vast wat in, maar niet alles, zeker omdat deze doelgroep toch al wat ouder is.

Bovendien leidt het tot een lastig probleem. Stel nu eens voor dat de pubers niet wild naast elkaar gaan rijden, maar keurig in ganzenpas achter elkaar. Handen aan het stuur. Hand uitsteken bij het afslaan. Over hun schouder kijkend. Verlichting aan. Werkend en wel. (Het deed mij allemaal ineens weer denken aan wat mij vroeger geleerd was. Je arm naast je in een pompende beweging op en neer bewegen als je als fietser moest remmen. Ik heb het eenmaal gedaan toen ik het geleerd had en eenmaal bij mijn verkeersexamen)

Kortom: wat als onze horrorpubers zich wèl netjes aan de verkeersregels houden? Dan rijden de verontruste automobilisten er niet voorzichtig langs, maar geven ze vol gas. Door de snelheidsverschillen zijn de risico's in het tweede scenario vaak veel groter dan in het eerste scenario. De automobilist die zich gedwongen ziet stapvoets achter de terreuradolescenten aan te tuffen zal niet snel een ernstig ongeluk veroorzaken. Een automobilist die dezelfde fietsers met 40 of 50 passeert zal het risico op een ernstig ongeluk aanzienlijk verhogen.

Een contra-intuïtieve situatie leidt tot meer veiligheid, een logische situatie wellicht tot minder veiligheid.

Wat nu als je kinderen gaat opvoeden zich te gedragen? Werken ze dan mee aan hun eigen onveiligheid? Dat lijkt me sterk. Verkeerseducatie is niet het leren van regeltjes, maar het begrijpen van je omgeving en je medemens. Cabaretier Fons Jansen maakte er ooit een grapje over. De non leerde haar schoolkinderen over de werken van barmhartigheid en het Bijbelse "de gevangenen verlossen". Dat deden de kinderen iets te letterlijk, aldus Fons Jansen, met als gevolg de politie over de vloer. Waarop de non zei: "Ik heb gezegd dat ze het uit hun hoofd moesten leren, niet dat ze het moesten doen!"

Het probleem zit vooral in het puberbrein. Met een jaar kan het omgeslagen zijn van dociel en risicomijdend naar eigenzinnig en risicozoekend. Daar kunnen we de natuur de schuld wel van geven, maar is dat terecht?

Wat gebeurt er in die bovenkamer? In het tienerbrein ontwikkelt het limbische systeem zich razendsnel. Het is in staat in korte tijd zo hard te groeien - aldus nieuw onderzoek - dat het tot wel 3000 keer zoveel neuronen af kan vuren. Dat is: 3000 keer zoveel informatie verwerken en wel honderdduizend keer zoveel nieuwe dingen uitproberen. Helaas blijft de ontwikkeling van de prefrontale cortex daar bij achter. Een gevolg is dat de empathie, geregeld door deze prefrontale cortex, achterblijft bij het beperken van risico's nemen, dat natuurlijk weer net geregeld wordt door het limbische systeem.

Het lijkt een recept voor ellende Maar dat is het van origine niet. Het is een mogelijkheid om razendsnel nieuwe en belangrijke dingen te leren zonder geremd te worden door al te veel scrupules en voorzichtigheid. Voor de oermens een prima manier om razendsnel groot te worden en te leren wat kan en wat niet kan, nog tijdelijk beschermd door de volwassenen in zijn omgeving; voor de moderne puber in het verkeer een recept om onder de auto te komen. Maar omdat het proces nuttig en essentieel is voor het volwassen worden, moet de oplossing dus eerder gezocht worden in een combinatie, met - naast aandacht voor de puber - de nadruk op de volwassen medeweggebruiker, hoe ergerniswekkend die conclusie ook is.

Het is welhaast een platitude: de oplossing is een beetje van het ene en een beetje van het andere. Maar het kan wel goed zijn om je af te vragen waar het ene en het andere uit bestaat. Moderne ouders kunnen vaak erg vergevingsgezind zijn ten opzichte van hun kroost als andere volwassenen de veiligheid van hun koters in het verkeer bedreigen.

Misschien moeten ouders wat minder vergevingsgezind zijn. Immers, zij zijn nog een paar jaar die tijdelijke rem in het puberbrein - in plaats van die onderontwikkelde prefrontale cortex. Misschien moeten we pubers wel eens wat meer beïnvloeden in hun eigen domein - dat van de peer pressure, het "follow the leader". Verkeerseducatie minder gericht op het overdragen van kennis en gewenst gedrag en meer op het stimuleren van de eigen groepsdynamiek, maar dan wel in positieve richting. En ze hebben hun hersenen mee. Laten we daar gebruik van maken. Het is een cadeautje! Ze kunnen razendsnel leren. Ze durven andere dingen. Wie dat laat liggen doet hen (en de angstige automobilist) tekort.

En dan die hopeloos geïrriteerde automobilist achter die dwars over de weg zwalkende rotjong? Hoe krijgen we het voor elkaar dat de maatschappij als geheel zich (weer) verantwoordelijk voelt voor de veiligheid van balsturige pubers? Daar zijn al praktische oplossingen voor bedacht, zoals bijzondere regelgeving voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Maar ook daar zien we dat maar weinig automobilisten begrip kunnen opbrengen voor die status aparte als de schade van een fietser moet worden vergoed als deze door rood rijdend, tegen de richting in, zonder voorrang te verlenen de auto (en vooral zichzelf) torpedeert.

Kortom, het is tijd voor de volgende platitude. Het is lastig.
Peer pressure en de kansen die het snel groeiende puberbrein biedt zijn de moeite waard. Maar die grote mensen? Hoe helpen die mee? Ik zit niet te wachten op een "ethisch reveil" in het verkeer, hoewel het geweldig zou helpen. Maar tussen droom en daad....

Meer op een praktische oplossing, dus.
Van volwassenen. Die wèl over een volledig ontwikkelde prefrontale cortex beschikken.