Imam Feisal Abdul Rauf en het fatsoen

Op twee blokken afstand van Ground Zero wordt misschien een moskee gebouwd. Imam Feisal Abdul Rauf vond de aanslagen in New York en Washington een geval van boontje en loontje. Hij gelooft niet in interreligieuze dialoog. Hij is voorstander van shari'a wetgeving. Christenen zijn volgens hem begonnen met burgers doodgooien. De Islam doodt volgens hem geen onschuldige burgers. Imam Feisal Abdul Rauf is een gematigd man.

In 1984 wilde Karmelietessen een klooster stichten in de voormalige opslagplaats voor Zyklon B in Auschwitz. Ze gingen daar bidden voor het zielenheil van de dwalende Joodse broeders. De smakeloosheid en ongevoeligheid ontging niemand. Het klooster moest weg.

De vraag is niet of de geplande bouw van de moskee nabij Ground Zero een provocatie is. De vraag is wat met die provocatie te doen. Wat gebeurt er als je niet reageert op een provocatie? Als je een klap op de ene wang hebt gekregen en de andere toekeert? En nog een keer?

Wanneer moet een samenleving haar leden tot de orde roepen als de regels van fatsoen worden genegeerd?

Waarom besteden ouders jaren van hun leven aan het opvoeden van hun kinderen? Om als ze groot zijn te zien dat wie niet hangt aan fatsoen welwillend wordt bejegend?
Fatsoen was zo vaak de misplaatste strijdkreet van de bekrompen burgerij. Maar soms is het een lijn in het zand. Dan is het geen eigendom meer van suffe burgermoraal maar een uiting van respect.

Niet het respect dat de orthodoxe Islam met veel verbaal en fysiek geweld van ons eist. Maar het tonen van respect voor het verdriet en de gevoelens van de ander. Als Imam Feisal Abdul Rauf dat niet kan, dan moeten wij hem er maar een handje bij helpen.