Jack McDevitt - Polaris

"The luxury space yacht Polaris carried an elite group of the wealthy and curious thousands of light-years from Earth to witness a spectacular stellar phenomenon. It never returned. The search party sent to investigate found the Polaris empty and adrift in space, the fate of its pilot and passengers a mystery. Sixty years later, prominent antiquities dealer Alex Benedict is determined to find the truth about Polaris--no matter how far he must travel across the stars, no matter the risk." (Penguin - Putnam/Ace)

Let op: recensie bevat verwijzingen naar de plot

Het genre van Science Fiction heeft de laatste jaren nogal wat aan belang ingeboet. Van de scherpzinnige ideeën van Ray Bradbury en Philip Dick tot de intrigerende cyberpunk van William Gibson en Greg Bear is weinig meer over. De wonderlijke en idiote werelden van Jack Vance, die de fantasie zonder problemen op hol konden brengen zijn ingeruild voor platte sjablonen.

Wat rest is een ronduit onwelriekend moeras vol haastig in elkaar geflanste troep die fantasy wordt genoemd en bij de boekenclub als "episch" wordt aangeduid, naast een categorie van de zogenoemde "hard science fiction" waar voor het merendeel futuristische en vooral gewapende Amerikaanse soldaten of hun toekomstige look-alikes het wegwerken van de trauma's van 9/11 in de toekomst nog eens dunnetjes overdoen.
De optimistische kijk van een TV-serie als Star Trek is alleen nog maar aantrekkelijk voor het volk dat conventies afloopt en zichzelf daar in Klingonkostuums hult. Het is onzinnige actie of onzinnige mystiek, een tussenweg schijnt er niet meer te zijn.

Sommigen wagen zich nog wel aan het genre van de grote "space opera"; maar dit zijn veelal boeken die het best als contragewicht in grootmoeders klok kunnen worden gebruikt: zwaar en langzaam de diepte inzakkend - langdradig, verwarrend en onleesbaar. Het meest angstaanjagende voorbeeld hiervan is Peter Hamilton, die met boeken als "Pandora's Star" en het vervolg "Judas Unchained" in staat bleek per boek meer verhaallijnen dan bladzijdes te produceren; en dat terwijl hij per gedrukt exemplaar een halve hectare tropisch oerwoud nodig had om zijn verwarde verhalen te kunnen vertellen.

De originele ideeën zijn grotendeels verdwenen. Provocerende, vervreemdende verhalen; duistere of verrassende toekomstvisies: klaarblijkelijk zit schrijvend SF-land er grotendeels doorheen. Wat dan overblijft is beproefde recepten ten tonele voeren en combineren in een SF-setting. Iets dergelijks geldt voor Polaris van Jack McDevitt. Een vleugje Space Opera, een snufje hard science fiction and een whodunit die in elke tijd te plaatsen is. Nadeel: originele gedachten zitten er niet achter. Voordeel: een heel vermakelijk detectiveverhaal in een aparte setting dat mij nog het meest doet denken aan een traditionele Ellery Queen. Wat ontbreekt is de uitdaging aan de lezer om - nu hij alle feiten heeft kunnen verzamelen - het probleem zelfstandig op te lossen.

Het verhaal in een notendop: zestig jaar nadat de bemanning van het ruimteschip Polaris op onverklaarbare wijze is verdwenen, en het ruimteschip als een futuristische Vliegende Hollander wordt teruggevonden, worden antiekhandelaar Alex Benedict en zijn assistent Chase Kolpath na het verhandelen van enkele artefacten van de Polaris meegezogen in een speurtocht naar het lot van de bemanning. Jarenlange onderzoeken door de autoriteiten hebben niets opgeleverd, maar het spoor blijkt verre van koud. Gedurende het verhaal krijgt de lezer allerlei meer en minder hapklare brokken informatie toegeworpen, waardoor hij of zij een steeds sterker vermoeden krijgt van hetgeen werkelijk gebeurd is.

Aanvankelijk komt de opwinding over het lot van de Polaris een beetje geforceerd over. De mensheid heeft in de wereld van Polaris de mogelijkheid gekregen duizenden lichtjaren ver weg van de thuisplaneet te reizen. Me dunkt dat in de kakofonie van de interstellaire ruimte wel meer onverklaarbare dingen gebeuren. Relevant blijkt echter dat de passagiers niet de eerste de besten zijn. Hoezeer het zevental aan boord een stel apart was wordt pas in de loop van het boek duidelijk. Onsterfelijkheid blijkt te botsen met Neomalthusiaanse ideeën over voortplanting, en de opduikende schurken lijken wel erg sterk op de kinderen van de verdwenen genieën. Het blijkt dan het gans geen koek en ei was tussen iedereen, en een raamwerk vol verwikkelingen ontvouwt zich.

Na het vlot lopende begin zakt het tempo weg om de hoofdpersonages goed voor het voetlicht te brengen. Groot succes dat dateert uit een eerder boek heeft Alex en Chase de financiële onafhankelijkheid gegeven om als een wel erg onwaarschijnlijk koppel van ideale baas en ideale werknemer privédetective te spelen. Het probleem daarbij is dat de personages niet echt tot leven komen. Duistere kantjes aan de hoofdpersonen zijn er niet, en spanning wordt uitsluitend gecreëerd door ingelaste angstige ogenblikken die hooguit de naïviteit van het tweetal benadrukken. Zou het na de zoveelste sabotagepoging niet eens tijd worden echt deugdelijke veiligheidsmaatregelen te nemen? Aangezien duidelijk is dat ook de zoveelste keer de hoofdpersonen op miraculeuze wijze ontsnappen aan hun kosmische ondergang worden de langdradige scènes vol technobabbel irritant. Zoals het A-Team van Hannibal, B.A., Face en Murdoch indertijd door het geboefte steevast toevallig werd opgesloten in ruimtes vol handige lasaggregaten, sloopjeeps, plaatstaal, pneumatische sleutels en pijpbuigers, zo haalt Chase iedere keer weer de aanwezige gereedschapskist tevoorschijn om een idiote en langdradige oplossing uit te denken met het voorspelbare resultaat dat vooral uitblinkt door het gebrek aan consequenties voor de verhaallijn. Beter was geweest de sabotagepogingen in ieder geval iets te laten onthullen over de personages die er achter zitten.

Ook de andere hoofdpersonen, schurken, koddebeiers en verdwenen genieën, komen slecht tot leven. Het boek hanteert voor deze laatste categorie interactieve holografische avatars, hun computerpersonages gebaseerd op hetgeen er van hen bekend is en wat er over hen gespeculeerd is. Deze avatars worden regelmatig door de hoofdpersoon Chase Kolpath opgeroepen en geraadpleegd. De vele discussies met de avatars zijn echter keer op keer teleurstellend: de verwachting is dat de geaggregeerde kennis van deze avatars door slimme ondervraging ineens tot opmerkelijke kruisverbanden en daarmee bijzondere ontdekkingen leidt. Niets is minder waar: de avatars worden uitsluitend gebruikt om de personen zestig jaar na dato alsnog te introduceren aan de lezer. De vraag rijst waarom ik me, als lezer, druk zou moeten maken om de verdwijning van die mensen. Ik ken ze niet, ik weet niet waarom ik ze zou moeten kennen, en ze veranderen niet meer door het zich ontspinnende verhaal. Uiteindelijk is iedereen voorspelbaar, en daarmee oninteressant.

Het is duidelijk dat McDevitt voor een rechttoe rechtaan detectiveverhaal heeft gekozen. Daarin is hij echter zeer zeker geslaagd. Als het eind van het boek in zicht is blijkt Alex een beter detective dan antiekhandelaar en wordt duidelijk dat er weinig mystiek in het spel was. Het slotakkoord komt wat haastig over. Snel wordt het kritieke artefact gevonden, de plaats delict via het 80e-eeuwse Internet opgeroepen, en de hoofdschurk uitgeschakeld. Dan volgt als anticlimax nog een discussie met de mindere schurken, die onnozel en onbevredigend overkomt.

Daarmee is duidelijk wat zowel de sterkte als de zwakte van het boek is: de spanningsboog. Die gaat in het begin na een wat trage start steil omhoog en grijpt de lezer vol mystiek bij de keel. Snel echter blijkt het verhaal een simpele whodunit zonder verdere invoeging van verrassende ontwikkelingen. Het hele boek wordt bijvoorbeeld gesproken over de praktische afwezigheid van buitenaardse intelligenties. De enige genoemde beschaving heet de "Mutes", maar ze hadden net zo goed ongenoemd kunnen blijven. Wellicht was er beter aansluiting gezocht bij het mysterie van de ontbrekende intelligenties.

Wie een redelijk vlot geschreven en traditioneel detectiveverhaal wil lezen dat boeit, maar niet imponeert, is met Polaris goed uit. Wie een extra stapje had verwacht op het gebied van de fantasie en de ideeënwereld omdat het metier van SF zich daar bij uitstel voor leent, komt echter bedrogen uit. Daarmee valt Polaris helaas een beetje tussen de wal van het detectiveverhaal en het schip van de science fiction, en blijven slechts gemengde gevoelens na het lezen over.