Johan Theorin - Grafheuvel

Johan Theorin had zich voorgenomen vier boeken te schrijven die zich afspelen op het eiland Öland, voor de zuidoostelijke kust van Zweden, ter hoogte van Kalmar. Elk boek speelt zich af in één van de vier seizoenen. Het vierde en laatste boek vindt plaats in de zomer en heet Grafheuvel; de originele titel is Rörgast.
Wat daar precies de betekenis van is weet ik niet. Voor zover ik begrijp betekent het "Grafgeest", maar het zou ook "de geest in de pijp" kunnen heten en een dubbelzinnige verwijzing kunnen zijn naar het begin en het eind van het verhaal. Het wordt tijd voor een cursus Zweeds.

De grafgeest die in dit boek opduikt komt terug naar Öland om een rekening te vereffenen. Hij vindt dat hem en zijn naasten onrecht is aangedaan. Die houding laat een bittere smaak na als zijn eigen verhaal en carrière worden afgezet tegen het verhaal en de carrières van zijn vijanden. Maar laat ik niet vooruitlopen op het verhaal.

Het boek heeft een hele reeks hoofdpersonen die allemaal in vlotte en korte hoofdstukken in de derde persoon hun eigen verhaal vertellen. Centrale figuur is echter de oude Gerlof, de gepensioneerde visser van inmiddels 84, die ook onopvallend centraal staat in de andere drie boeken.

Ook al beschrijft Theorin in dit boek de zomer op Öland, veel zonnigs is er niet te vertellen. Snikheet is het, maar vooral broeierig omdat er veel verborgen agenda's zijn. Het gaat al snel mis als er een boot zinkt en een jongen, Jonas Kloss, in paniek bij Gerlof zijn verhaal doet.

Door telkens goed te luisteren, strategisch een telefoontje te plegen of een bezoekje af te leggen ontwart Gerlof langzaam maar zeker de kluwen.
Gerlof begrijpt dat er een verband is met personen die een rol speelden in een merkwaardige gebeurtenis uit zijn eigen verleden, een spookverhaal waarmee het boek begint. Hoofdpersoon was de oude Kloss, stamvader en rijke herenboer. Hij is dood gegaan door een "ongeluk". Als Gerlof als 14-jarig doodgraversassistent de kist mee in het graf laat zakken hoort iedereen Kloss tot twee keer toe drie keer vanuit zijn kist kloppen. Als de kist wordt opgehaald blijkt en blijft de oude Kloss zo dood als een deurnagel. Maar toch, iedereen heeft het gehoord. Ook Gerlof's hulp bij het graven, de iets jongere Aron Fredh.

Aron Fredh vertrekt later met zijn vader Sven naar het beloofde land (Amerika, zo jokt Sven Aron voor). De familie Kloss transformeert zich tot grootgrondbezitter en vakantieparkexploitant met losse opvattingen over mijn en dijn. Dat geldt trouwens ook voor een tijdens de zomer ingehuurde muzikante. Alle macht aan het proletariaat. En vooral het geld.

De verhaallijn verspringt niet alleen van persoon, maar ook in de tijd. Sven brengt Aron naar een heel ander beloofd land. Het verhaal in het heden (dat is: nog net in de 20e eeuw, 1999) springt regelmatig terug, te beginnen naar 1930, en werkt langzaam naar het heden toe in een serie verkillende verhalen over de goelags van dat beloofde land, dat al gauw het land van Stalin blijkt te zijn. Sven was de idealistische communist, maar Aron is de overlever en keert uiteindelijk terug naar Zweden omdat hij meent iets tegoed te hebben van de familie Kloss. Van jong tot oud krijgt de Kloss-clan er mee te maken, en van jong tot oud hebben ze er ook wat mee te maken. Alleen de jonge Jonas voelt zich niet op zijn plaats. Gerlof blijkt de enige volwassene te zijn die hij kan en wil vertrouwen.

En waar het de wraaktocht van Aron Fredh betreft, slechts het eilandgeheugen in dezelfde persoon van oud-schipper Gerlof weet de noodzakelijke verbanden te leggen. Hij is ook de enige die nog toegang kan krijgen tot de gestoorde geest van Aron. Gerlof zal uiteindelijk persoonlijk verlies lijden dat niet gering is. Het boek eindigt met een weemoedige en opmerkelijke noot.

Zo verlaat Theorin Öland, Gerlof en de vier jaargetijden. Gerlof is meer en meer een onthecht man geworden, zich bewust van zijn leeftijd en zijn moeite met de nieuwe tijd. Zijn eigen tijd is bijna daar en hij gedraagt zich daar ook naar. Tegelijkertijd vergeet hij niet van dag tot dag te leven en te genieten. En zelfs als hij dat wil opgeven, beslist de wind anders voor hem.

Theorin schrijft geen misdaadverhaal en eigenlijk ook geen thriller. Het boek is veeleer een sfeertekening en een karakterbeschrijving ineen. Het verhaal zit vol met gemiste kansen. Of liever gezegd: kansen die aan de horizon verdwenen zijn. Misplaatste idealen, die de betrokkenen allemaal in de weg zitten.
Een weemoedig en sfeervol verhaal, gelardeerd met de kilheid van de plaatselijke aristocratie en de hardheid van een onsympathiek man en zijn obsessies op een eiland vol seizoensgebonden leeghoofdigheid.

Wie het boek dicht slaat heeft dan ook niet op het puntje van zijn stoel gezeten vanwege de spanning. Wel is hij meegesleept in een opmerkelijk verhaal over het verleden en het heden. Van oude en jonge mensen, de dingen die voorbij gaan.