Kudde

De man keek naar zijn fototoestel. Het stond naast zijn koffie op het tafeltje in het stadskasteel. Want zo heette de uitspanning waar hij zat. Het tafeltje stond in een uithoek bij het raam. Helemaal aan de andere kant van het enorme lokaal, op een verhoging, zat iemand geruisloos een krant te lezen. Op twee personeelsleden na was de zaal verder leeg.

De man prikte lusteloos in zijn appeltaart met slagroom. Het was grijs en winderig en het beloofde bovendien te gaan regenen. Hij had besloten voor het middaguur thuis te zijn. Op dat tijdstip zou namelijk de koopzondag beginnen en de stad vol stromen met het graaiende volk dat van plan was het heerlijk avondje te vullen met cadeautjes. Hij had nog twee uur de tijd om zijn voornemen te verwezenlijken.

De man pakte zijn fototoestel op en controleerde voor de zoveelste keer de die ochtend door hem geschoten foto's op het minuscule display. Ze toonden hem de oude binnenstad, maar de Middeleeuwse sfeer van de foto's wilde niet op de man overslaan.

Het meisje dat de man had geholpen stond achter de bar te giechelen met een mannelijke collega. Deze wisselde een positie leunend tegen de bar af met een positie bij het espressoapparaat, dat hij bediende met een regelmaat die niet logisch aansloot bij het aantal klanten.

De voordeur van het lokaal had zich gedurende een half uur niet bewogen, maar ging nu open. Een gezin bestaande uit vader, moeder en twee puberdochters kwam binnen. Het viertal keek speurend om zich heen door het op de twee uithoeken na verlaten lokaal. Een besluit leek voorlopig niet te vallen. Vader deed daarom na enig rondkijken een voorstel. “Zullen we daar bij het raam gaan zitten?”

Zonder antwoord te geven bewoog zich het viertal in de richting van de man. Met enige moeite wrong het gezinnetje zich aan het tafeltje pal naast de man. Daartoe moest deze eerst zijn benen verder naar zich toe trekken en diende tevens een van de drie stoelen aan zijn tafeltje verplaatst te worden om ruimte te maken voor één van de puberdochters. Nadat het ploegje was gaan zitten zat de man opgesloten in de hoek van de enorme cafézaal, die verder – op de krantenlezer op dertig meter afstand na - geheel leeg was.

De sfeer aan het tafeltje naast hem was niet optimaal. De drie vrouwen keken wat verveeld en geïrriteerd naar buiten. De reden voor hun irritatie werd duidelijk toen het meisje achter de bar vandaan kwam en zich naar het tafeltje begaf om de bestelling op te nemen. “We dachten dat het koopzondag was,” zei de vader, “maar alles is dicht.” Het meisje van de bediening keek gemaakt meewarig. “De koopzondag begint pas om 12 uur. Maar ach,” zei ze al net zo gemaakt troostend, “dat duurt nog maar anderhalf uur.” De vader liet zich niet kennen en speelde het spel mee. “Nou, dat wordt dan eventjes wachten!” zei hij gemaakt optimistisch. De vrouwengezichten aan het tafeltje werden nog langer, maar er was geen ontkomen aan.

Dat was het moment dat de man besloot het lokaal te verlaten. Hij stond op, en wrong zich in zijn jas, uitkijkend om daarbij leden van het gezinnetje naast hem niet om de oren te slaan. Geïrriteerd keek één van de puberdochters naar de man die geduldig kijkend ging staan wachten totdat zij opstond, haar stoel opzij schoof, zelf opzij moest stappen, zodat de man zich bevrijd wist. De gehele operatie werd verder gecompliceerd door de aankomst van het meisje met de bestelling voor de tafel. Een ogenblik lang worstelde vrijwel de gehele clientèle van het stadscafé op één vierkante meter in een lokaal met een oppervlak van enige honderden vierkante meters.

De man toverde een verstard lachje tevoorschijn. Hij vroeg zich af of het de lokroep van de kudde was geweest die dit gezin tot hun bijzondere tafelkeuze had geleid. Hij rekende af bij het meisje en zei verstrooid gedag.

Buiten was het nog droog. De man zocht zijn strippenkaart en begaf zich naar de bushalte. Met enige voldoening stelde hij vast dat de bus ieder moment kon komen. Hij zou ruim voor het begin van de koopzondag thuis zijn.