Stand van Reaguurland

De stand van staat in Nederland met betrekking tot ironie, sarcasme en retorica is voor Max Pam geen reden om vrolijk te worden. Op 18 juni schreef hij een cynisch artikel over de (westerse) apologeten van een terreur die onder het banier van de Islam moordend en brandschattend door delen van de wereld trekt. Het cynisme zal u niet ontgaan, dacht hij. Dat dacht hij verkeerd, zo constateert hij in de Volkskrant van 25 juni. Daar oppert hij dat de ontlezing in Nederland haar vernietigende werk heeft gedaan.

Hij baseert zich daarbij op de meer dan 200 reacties van diverse reaguurders. Een aantal had inderdaad in de gaten dat het hier om een stijlfiguur ging, maar een groot deel van de lezers was wat minder intellectueel begaafd. Zij constateerden dat Pam "de islam ophemelde" en "de ogen sloot voor alle ellende" - kortom, juist datgene waar Max Pam de apologeten zo 'retorisch' op wees.
Ik geef het toe, ook ik schrok van het niveau van die reacties. Maar wat bewees het eigenlijk?

Toen Internet nog niet bestond - of niet meer was dan een hobby van malloten - was de krant niet online te lezen. Reaguren was uit de aard der zaak dus ook niet mogelijk. Wie zijn ei kwijt wilde schreef een brief. Dat was geen sinecure. Natuurlijk stop je geen papier in een envelop met daarop gekrabbeld dat "paM ER NIKS van begijp en ook weer de linkse ELITE zijnde dat altijd wegkijk" of hedendaags reaguurgebrabbel van vergelijkbare aard.

Een brief moest goed ingedeeld worden. Zorgvuldig opgesteld. Adres, datum, aanhef. Leesbaar. Correct gespeld. Juist geadresseerd. Voldoende gefrankeerd. Correct gevouwen. Envelop netjes dicht geplakt, met kans op een lelijke papiersnee in de tong. Maar vooral: voorzien van een duidelijke afzender. Een volledige naam. Veel kranten stelden het expliciet in hun brievenrubriek: anonieme brieven worden niet geplaatst.

Internet en het verschijnsel reaguurder zijn de vleesgeworden emancipatie van de maatschappij als geheel; inclusief het volk dat zijn eigen naam nauwelijks correct kan spellen. Veel volk, en volhoudend volk. Niet, zoals zo vaak in ad hominems door ruziënde reaguurders wordt gesteld, volk met te veel tijd. Want Internetreacties vragen weinig tijd. En niemand hoeft te weten wie je bent.

Of het nu om een reactie of een e-mail gaat, zelf heb ik de ergerlijke gewoonte zelfs korte tekstjes tot in het oneindige te redigeren. Onder het motto: 'wie wil nu spel-, typ- en taalfouten lezen' blijf ik soms net iets te lang schaven. Op Internet is bijschaven en -punten echter een extra en duidelijk geen standaard. En begrijpend lezen een zeldzaamheid, zoals de reacties op Max Pam's artikel bewijzen. Anderzijds: ook ik reageer vaak anoniem.

Ontlezing? Zou heel goed kunnen, hoewel ik het betwijfel. Ik zet mijn kaarten op emancipatie van de onderklasse en met haar de migratie van haar manieren en capaciteiten naar Internet. Da's geen cynisme. Misschien is het elitaire geborneerdheid. Het zij zo. De producten spreken voor zich.