Van Socrates tot Carr: intellectuele angst voor de toekomst

"Het best geschreven schriftstuk (is) in werkelijkheid niets meer (…) dan een middeltje, waarmee iemand die de zaak reeds kent zijn geheugen kan opfrissen, terwijl klaarheid en volmaaktheid en werkelijke waarde alleen te vinden zijn in het gesproken woord van de meester"_ – Socrates is er in de Phaedrus van overtuigd dat boeken en geschriften een nieuwerwetse vorm van leegheid en intellectuele achteruitgang zijn.

Generatie na generatie hebben pastoors en dominees, filosofen en wetenschappers verandering in kennisoverdracht bekritiseerd als nieuwe stappen in de intellectuele verarming van de mens.
Ook Nicholas Carr behoort in dit rijtje thuis. In "The Shallows. What the Internet Is Doing to Our Brains." probeert Carr duidelijk te maken hoezeer het Internet onze hersenen verandert – en niet ten goede. We zijn minder goed in staat om ons te concentreren op enkelvoudige taken zoals lezen, diep nadenken behoort praktisch tot het verleden en introspectie verdwijnt aan de horizon met de opkomst van Google en Twitter.

Carr leunt zwaar op grote hoeveelheden hersenonderzoek die zijn punt onderschrijven. Het blijkt inderdaad dat onze hersenen fysiek veranderen door het gebruik van computers, databases en Internet. Het blijkt dat we bepaalde vaardigheden kwijtraken. Carr erkent ook dat we er andere vaardigheden voor terugkrijgen. Dat klopt inderdaad. Uit onderzoek dat Carr niet noemt blijkt bijvoorbeeld ook dat het gebruik van bepaalde computerspelletjes onze cognitieve vaardigheden aanzienlijk verbetert. De balans is voor Carr echter negatief.
Aan het slot van het boek vraagt Carr zich zelfs af of we niet langzaam maar zeker onze creativiteit bij het oplossen van problemen en de emotionele binding met onze medemens kwijtraken, omdat we niet meer in staat zijn hun diepere emotionele staat te doorgronden.

Dat is dan ook het moment waarop de redeneringen van Carr een beetje door het ijs zakken. Eerder in het boek stelt Carr vast dat met de veranderingen die Internet teweeg brengt de mens in zekere zin terugkeert naar de primitieve staat van de oermens. Die was niet bezig met diep na te denken, maar bezig met het alert en veelvuldig oppikken van een veelheid aan signalen die hem konden helpen te overleven, of het nu kansen of bedreigingen betrof.

Blonk de oermens uit door antisociaal gedrag? Allerminst: de vaardigheden die de oermens had om in sociale groepen, clans, te leven en te begrijpen hoe gedrag ervoor zorgde dat hij veilig was waren wellicht groter en beter ontwikkeld dat die van de huidige geïsoleerde mens. Het ziet er naar uit dat Internet ons misschien wel weer terugbrengt naar waar we begonnen zijn: weg van introspectie en "met een boekske in het hoekske", terug naar het sociaal gedrag van Facebook en Twitter.
Aan de andere kant is deze tijd als geen andere gekenmerkt door het zoeken van mensen naar hun "zelf", hun eigenheid, hun gevoelens en emoties. Er wordt in deze tijd nog nooit zo veel verdiend aan cursussen waarin empathie en samenwerking centraal staan; er wordt in deze tijd nog nooit zoveel gedaan aan meditatie, yoga en tai chi dan ooit eerder in de geschiedenis.

Ook zijn opmerkingen over de eigenschappen van Internet spreken soms de praktijk tegen. Carr legt uit dat uit onderzoek blijkt dat moderne onderzoekers minder citeren en de citaten die ze gebruiken vaker uit recente publicaties komen. "Though much less efficient than searching the Web, old-fashioned library research probably served to widen scholars' horizon: 'By drawing reseacrhers through unrelated articles, print browsing and perusal may have facilitated broader comparison and led researchers in the past' ". Maar als er nu één medium is dat welhaast automatisch leidt tot "drawing through unrelated articles" dan is het Internet wel met zijn talloze afleidingen en zijpaden, dezelfde zijpaden die Carr zo bezorgd aanwijst als oorzaak van alle kwaad.

Carr begrijpt dat hij zich bij tijd en wijle in een spagaat bevindt in zijn boek. "Adaptation leaves us better suited to our circumstances, but qualitatively it's a neutral process. What matters in the end is not our becoming but what we become." Het eerste is juist en het is niet op voorhand duidelijk waar ons dat toe gaat leiden. Dat laatste is echter niets meer dan een moralistisch standpunt dat ook Plato ertoe leidde Socrates het geschreven woord te laten vervloeken.

Carr mag wat reactionair overkomen, zijn boek is zeker de moeite waard als reflectie op de veranderingen die het Internet in onze levens en zelfs letterlijk in onze hersenen teweeg brengt. Sommige schrijvers raken niet uitgepraat over de geweldige tijd die ons te wachten staat. Carr raakt niet uitgepraat over de verschrikkingen die op de loer liggen. Zoals altijd zal de waarheid wel weer ergens in het midden liggen.