(Wan)besturen maar!

 

In Utrecht maakt de VVD zich boos. Burgers die met de Dienst Burgerzaken een afspraak willen maken moeten met minimaal een maand wachttijd rekenen. In het nieuwe megalomane stadskantoor zou dienstverlening voorop staan. Niet zoals vroeger, maar zoals nu. Vroeger - een jaar of twee, drie geleden - liep je bij Burgerzaken binnen, kreeg je een nummer, en werd je binnen een half uur geholpen. Nu maak je een afspraak via Internet en wacht je meer dan een maand.

De burgers van Tuindorp-Oost zijn boos. De uitbreiding van het kleine winkelcentrum De Gaard aan de rand van de stad pakt volgens hen desastreus uit. De wethouder stelt dat afblazen niet aan de orde is, omdat jaren geleden iedereen het er mee eens was (dat is: willekeurige insprekers die niemand vertegenwoordigen behalve zichzelf) en er al afspraken met bouwende partijen zijn gemaakt, dus geld, en zo.

Toevallig woon ik niet ver van dat winkelcentrum en heb ik de uitbreidingsdiscussie mee kunnen maken aan de hand van regelmatig aan mij verzonden flyers vanwege de gemeente. Na meer dan 25 jaar in het non-profitmanagement te hebben rondgelopen ben ik het één en ander gewend. Maar deze pamfletten sloegen echt alles. Ik heb uit geen enkel exemplaar ook maar bij benadering op kunnen maken waar het over ging. Alles verhullende beleidstaal vol toetsingsmomenten en kolommenstukken, economische perspectieven, winkelbehoeften, Stedenbouwkundig plannen van aanpak, vitale winkelcentra, programmatische kaders, soms begeleid door onbegrijpelijke schetsen en tekeningen.

De werkelijkheid is eenvoudiger. Een hele lap grond wordt genaast voor extra winkeloppervlak, de singel gedempt voor parkeerplaatsen, de weg verlegd om het verkeer er om heen te laten rijden en veel extra verkeers- en parkeerdruk moet op de een of andere manier ook nog opgelost worden. Misschien was die simpele communicatie duidelijker geweest. Het tekeningetje had ons dan getoond hoe dat er in de praktijk uit ging zien.

 

Om nog maar te zwijgen van dat laatstgenoemde parkeerbeleid. De Gemeente Utrecht verdient - net als iedere stad in Nederland - flink aan parkeergelden, Geld dat voornamelijk wordt ingezet om prestigeprojecten te financieren (zoals de bouw van een half leegstaand stadskantoor, een half kapot muziekcentrum, een start van de Tour de Utrecht, sorry, France, of het volgieten van singels die de burgers nooit gedempt wilden hebben). In de tientallen jaren dat ik hier woon is er nauwelijks tot nooit een parkeergarage of -plaats bijgekomen. De oplossing was veel te veel op elkaar bouwen ("indikken") en wachten op problemen. Dan parkeergeld invoeren of verhogen, waardoor de overlast naar aanliggende wijken werd verplaatst. Er werd daar dan vervolgens een draagvlakonderzoek gedaan waarop in de desbetreffende wijk betaald parkeren werd ingevoerd, meestal van 7 uur 's morgens tot 11 uur 's avonds, soms met venstertijden. En zo herhaalt zich dat tot de gemeente Utrecht de stadsgrens heeft bereikt (hetgeen al bijna het geval is). Ik vraag me af of men op dat kostenbesparende stadskantoor bekend is met het feit dat je in de buurgemeentes geen parkeergelden kunt innen.

Maar wie dan leeft, wie dan zorgt. Al protesteert hij nog zo hard, de burger betaalt toch wel.

Meer dan twintig jaar geleden lag tussen het stratenblok recht tegenover mijn woning een driehoekig grasveldje. Een iemand van de gemeente drong zich tussen de bestaande bebouwing door en sprak met toegeknepen wangen dat hier nog wel zes woningen bij konden. De omwonenden waarschuwden. Voor parkeeroverlast, omdat het aantal parkeerplaatsen toch al zo mager berekend was. Maar bestuurders denken dat als je de feiten maar lang genoeg ontkent de werkelijkheid vanzelf verandert. De huizen kwamen er, inclusief de parkeeroverlast. Tezamen met het oprukkende betaald parkeren in aangrenzende wijken zal hier binnenkort ook wel een draagvlakonderzoek gedaan worden, waarna de protesterende bewoner vanuit de hoogte zal worden toegesproken over betaald parkeren. Het stadskantoor is er hoog genoeg voor, en de kassa rinkelt lekker genoeg voor het volgende prestigeproject.

Het huiveringwekkende is dat de mensen in dat stadskantoor er van overtuigd lijken te zijn dat ze het goed doen, terwijl in werkelijkheid het dilettantisme en het bestuurlijk onvermogen er vanaf druipt. Zorgwekkende vraag: hebben we in Nederland (of zo je wilt: op onze hele moeder Aarde) nog wel bestuurders die in staat zijn om te besturen? De idee dat burgers burgers zijn en bestuurders bestuurders begint steeds meer achterhaald te lijken. Misschien is de samenleving wel te gecompliceerd geworden om te laten besturen door nonvaleurs die zich kwalificeren door het hardst te tetteren op het congres van hun partij of het best bekend te zijn met het produceren van nietszeggend beleidsgewauwel. Misschien moeten er nieuwe vormen van collectief bestuur komen om het schreeuwende gebrek aan bestuurskwaliteit te ondervangen en het beleid duidelijker en breed gedragen te maken.

Een beetje visie in dienst van de burger en de samenleving zou eigenlijk ook niet gek zijn. Maar ja, dat is wel wat veel gevraagd.